Groepsgewijze cognitieve gedragstherapie versus autonomieversterkende therapie voor angststoornissen: Een randomized controlled trial

Dr. Laura Kunst
Mentaal Beter

 

nummer

67

Opgenomen in sessie

Vrijdag, 11.00 uur, Online

Kernwoorden

Cognitieve gedragstherapie; autonomiegroep; angststoornissen; transdiagnostisch

Tags doelgroep

Volwassenen

Tags thematiek en problematiek

Transdiagnostisch
Angststoornissen

Tags streams

Cognitieve (gedrags)therapie
Overig

Inhoud van de lezing

Introductie. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is de gouden standaard behandeling voor angststoornissen en is een klachtgerichte benadering. De hoge mate van comorbiditeit, het vaak chronische beloop en hoge terugvalpercentage doen echter vermoeden dat angststoornissen onderdeel zijn van een meer globale kwetsbaarheid voor psychopathologie. Het lijkt intuïtief dat een meer persoonsgerichte behandeling zou kunnen zorgen voor breder en meer langdurig herstel, maar het is belangrijk om deze aanname te toetsen aan de waarheid. Autonomieversterkende therapie is een persoonsgerichte behandeling die zich richt op autonomieproblematiek die vaak voorkomt bij cliënten met angststoornissen: moeite om te handelen naar eigen wensen en behoeften en een (te) grote gerichtheid op de ander. Eerder pilot-onderzoek liet zien dat autonomieversterkende therapie in staat was angstklachten te verminderen (Maas et al., 2019). De behandelmethodiek was echter nog niet vergeleken met CGT. Methode. In deze klinische trial werden 129 cliënten gerandomiseerd over groepsgewijze autonomieversterkende therapie of groepsgewijze CGT. Cliënten waren middels een gestructureerd interview gediagnosticeerd met een DSM-5 angststoornis en vulden voor, halverwege, en na de interventie en bij follow-up (3, 6 en 12 maanden) vragenlijsten in. Resultaten. Er waren geen verschillen in effectiviteit tussen CGT en autonomieversterkende therapie, gelet op angst, depressie, psychopathologie, autonomie, zelfwaardering en kwaliteit van leven. Cliënten in de CGT groepen leken minder te vermijden tijdens de therapie, maar deze groepsverschillen verdwenen direct na therapie. De effecten op langer termijn waren tevens vergelijkbaar. Discussie en klinische implicaties. De resultaten suggereren dat zowel CGT als autonomieversterkende therapie effectief zijn voor de behandeling van DSM-5 angststoornissen. Ondanks de persoonsgerichte benadering zorgt autonomieversterkende therapie niet voor meer robuust herstel dan CGT. Mede op basis van dit onderzoek kan inzet van autonomieversterkende therapie voor angststoornissen worden overwogen, bijvoorbeeld bij een duidelijke hulpvraag gericht op autonomie of wanneer clie╠łnten CGT weigeren. De bevindingen roepen interessante vragen op over de werkzame mechanismen van therapieën voor angststoornissen.

Referenties en literatuur

Kunst, L. E., Maas, J., van Balkom, A. J. L. M., van Assen, M. A. L. M., Kouwenhoven, B., & Bekker, M. H. J. (2022). Group autonomy enhancing treatment versus cognitive behavioral therapy for anxiety disorders: A cluster-randomized clinical trial. Depression and Anxiety, 39(2), 134-146. https://doi.org/10.1002/da.23231

Maas, J., van Balkom, A. J. L. M., van Assen, M. A. L. M., Rutten, E. A. P., Janssen, D., van Mastrigt, J. M., & Bekker, M. H. J. (2019). Enhancing autonomy-connectedness in patients with anxiety disorders: A pilot randomized controlled trial. Frontiers in psychiatry, 10, 665-665. https://doi.org/10.3389/fpsyt.2019.00665

Kunst, L. E. (2021). Taking charge: The role of autonomy in anxiety and effectiveness of autonomy enhancing treatment. https://tinyurl.com/DissertationLauraKunst 

Auteurs