Onder druk door een overlijden: Het meten, voorspellen en behandelen van verstoorde rouw
Lonneke Lenferink
Universiteit Twente
nummer
42
Opgenomen in sessies
Donderdag, 15.00 uur, Brabantzaal
Kernwoorden
rouw;PGD;behandelin;CGT;meetininstrument
Tags doelgroep
Volwassenen
Tags thematiek en problematiek
Trauma en PTSS
Overig
Tags streams
Cognitieve (gedrags)therapie
Beknopte samenvatting van het symposium
De meeste mensen vinden een manier om na een overlijden van een dierbare het leven betekenisvol voort te zetten. Echter is voor circa één op de tien mensen het rouwproces zo intens en ontwrichtend dat er sprake kan zijn van een rouwstoornis. Recent is een rouwstoornis opgenomen in de tekst-revisie van de DSM-5. In dit symposium vertelt dr. Lonneke Lenferink u in de eerste lezing hoe u deze nieuwe criteria kunt meten in uw praktijk of onderzoek. Prof. dr. Paul Boelen zal u op de hoogte brengen van de meerwaarde van een Open Science initiatief waarbij bestaande onderzoeksgegevens van duizenden rouwenden zijn samengevoegd om ons onder andere meer te leren over de rol van maladaptieve cognities en gedrag na een overlijden van een dierbare. Tot slot zal promovenda Lyanne Reitsma haar resultaten presenten van een gerandomiseerde klinische behandelstudie waarbij zij de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie heeft geëvalueerd dat aangeboden werd via het internet aan nabestaanden die een dierbare zijn verloren tijdens de corona pandemie. Het doel van dit symposium is om clinici en onderzoekers op de hoogte te brengen van recente ontwikkelingen in het rouwveld die bijdragen aan betere herkenning en behandeling van rouwklachten bij mensen die op zoek zijn naar professionele ondersteuning bij hun rouwproces.
Tags flow
Gevolgen van langdurige/chronische stress/druk op lichaam en geest
Auteurs

Lonneke Lenferink
Universiteit Twente
Assistant-professor
Nieuwe instrumenten voor het meten van een rouwstoornis in onderzoek en praktijk
Lonneke Lenferink
Universiteit Twente
Kernwoorden
Rouw; pgd; DSM-5-TR; ICD-11; meetinstrument
Inhoud van de lezing
Introductie
Wanneer rouwreacties, zoals intens verdriet of eenzaamheid ten gevolge van het verlies, zo intens zijn dat zij het dagelijks leven belemmeren, kan er sprake zijn van een rouwstoornis. Naar schatting loopt circa 1 op de 10 nabestaanden het risico op het ontwikkelen van een rouwstoornis na een natuurlijk overlijden van een dierbare. Ietwat verschillende criteria voor een rouwstoornis, genaamd prolonged grief disorder (PGD), zijn inmiddels opgenomen in de DSM-5-TR en ICD-11; de twee meest gebruikte classificatiesystemen in de geestelijke gezondheidszorg. In twee onderzoeken hebben wij de psychometrische kwaliteiten geëvalueerd van twee nieuwe instrumenten om zowel DSM-5-TR als ICD-11 PGD te meten. Het eerste instrument is een zelf-rapportage vragenlijst genaamd de Traumatic Grief Inventory-Self Report Plus (TGI-SR+). Het tweede instrument is een interview-versie van deze vragenlijst genaamd de Traumatic Grief Inventory-Clinician Administered (TGI-CA).
Materiaal en methodes
De TGI-SR+ is geëvalueerd in twee Nederlandse steekproeven. Steekproef 1 bestond uit 278 volwassenen die een natuurlijk of onnatuurlijk verlies hebben meegemaakt. Steekproef 2 bestond uit 270 volwassenen die een dierbare zijn verloren door een verkeersongeval. De psychometrische kwaliteiten van de TGI-CA zijn bestudeerd in 211 Nederlandse en 222 Duitse nabestaanden die een verlies hebben meegemaakt door verschillende oorzaken. De TGI-CA werd afgenomen via telefonische interviews. Voor beide instrumenten is de factorstructuur, interne consistentie, temporele stabiliteit en convergente validiteit bestudeerd. Door middel van ROC-analyses is het optimale afkappunt van de TGI-SR+ bepaald.
Resultaten
Voor zowel de TGI-SR+ als de TGI-CA, bleek het 1-factor model een goede fit te hebben voor zowel de DSM-5-TR als ICD-11 PGD items. De items hadden een goede interne consistentie en temporele stabiliteit. De correlatiecoëfficiënten tussen PGD, posttraumatische stress en depressie waren sterk wat convergente validiteit ondersteunt. De relaties tussen achtergrond- en verlies-gerelateerde variabelen en PGD niveaus waren zoals verwacht wat wijst op known-groups validiteit. Optimale klinische afkappunten voor de totaalscore van de TGI-SR+ waren ≥71 voor een mogelijke DSM-5-TR PGD diagnose en ≥75 voor een mogelijke ICD-11 PGD diagnose. Wanneer de TGI-CA wordt gebruikt, lijkt het aantal mensen dat voldoet aan criteria voor DSM-5-TR PGD lager dan voor ICD-11 PGD.
Discussie en conclusie
De TGI-SR+ en de TGI-CA zijn betrouwbare en valide instrumenten voor het meten van DSM-5-TR en ICD-11 PGD. Beide instrumenten zijn gratis verkrijgbaar in verschillende talen. De instrumenten hebben meerwaarde voor onderzoek naar het meten, voorspellen en behandelen van PGD, maar ook voor de klinische praktijk. Met name de TGI-CA kan door clinici ingezet worden om een inschatting te maken van de ernst van rouwklachten bij mensen die hulp zoeken bij hun rouwproces.
Referenties en literatuur
ReferentiesLenferink, L.I.M., Eisma, M. C., Smid, G. E., de Keijser, J., & Boelen, P. A. (2022). Valid measurement of DSM-5 persistent complex bereavement disorder and DSM-5-TR and ICD-11 prolonged grief disorder: The Traumatic Grief Inventory-Self Report Plus (TGI-SR+). Comprehensive psychiatry, 112, [152281]. https://doi.org/10.1016/j.comppsych.2021.152281
Lenferink, L.I.M., Franzen, M., Knaevelsrud, C., Boelen, P.A., & Heeke, C. (Under review). The Traumatic Grief Inventory-Clinician Administered: A valid interview to assess prolonged grief disorder according to ICD-11 and DSM-5-TR.
Vertalingen van de TGI-SR+: https://osf.io/rqn5k/
Vertalingen van de TGI-CA: https://osf.io/a6hmc/
Auteurs

Lonneke Lenferink
Universiteit Twente
Assistant-professor
Emotionele stress na verlies: Wat grote datasets ons leren over de rol van maladaptieve cognities en gedrag
Paul Boelen
Universiteit Utrecht
Kernwoorden
Verlies;rouw;depressie;posttraumatische stress; data-archief
Inhoud van de lezing
De laatste jaren wordt meer onderkend dat de verwerking van verlies meestal goed gaat maar soms extreme emotionele stress oplevert. Deze stress kan bestaan uit onder meer traumatische stress, maar omvat ook symptomen van de persisterende rouwstoornis, depressie en ontwrichting van het alledaags functioneren. Onderzoek heeft laten zien dat allerlei negatieve cognities en vormen van vermijdingsgedrag bijdragen aan deze stress en allerlei andere negatieve emotionele gevolgen van verlies. Welke negatieve cognities en vermijdingsgedrag zijn vooral maladaptief? Waar moeten CGT-ers hun aandacht met hun cliënten die vastlopen in rouw vooral op richten? En zijn er verschillende groepen rouwenden waarbij verschillende soorten cognities en gedrag een rol spelen?
Recent startten wij het MARBLES project; MARBLES staat voor Measurements Archive of Reactions to Bereavement from Longitudinal European Studies. Het MARBLES project is erop gericht een groeiend bestand op te bouwen met gegevens uit verschillende onderzoeken naar rouw. In de geest van Open Science en FAIR data wordt dit archief opengesteld voor onderzoekers. Momenteel omvat het archief gegevens van zo’n 6000 rouwenden.
Het MARBLES project biedt vernieuwende mogelijkheden om te kijken naar de relatie tussen verschillende soorten maladaptieve cognities en gedrag, bij verschillende vormen van emotionele stress na verlies, bij verschillende groepen rouwenden (bijv. mannen en vrouwen, rouwende ouders vs. partners, nabestaanden na traumatisch en niet-traumatisch verlies).
Het doel van deze presentatie is drieledig. Allereerst wordt beoogd de meerwaarde van het MARBLES project te illustreren. Daarnaast wordt antwoord gegeven op de vraag welke cognities en gedrag stress na verlies met name versterken. En tenslotte wordt beoogd hieruit aandachtspunten voor CGT bij emotionele stress na verlies te destilleren.
Referenties en literatuur
Boelen, P. A., & Lenferink, L.I.M. (2021). Prolonged grief disorder in DSM-5-TR: Early predictors and longitudinal measurement invariance. The Australian and New Zealand journal of psychiatry, 48674211025728. Advance online publication. https://doi.org/10.1177/00048674211025728ax
MARBLES project (2022). https://www.uu.nl/en/research/the-marbles-project
Auteurs

Paul Boelen
Universiteit Utrecht
hoogleraar
Onbegeleide online rouw-specifieke cognitieve gedragstherapie voor volwassenen die een dierbare zijn verloren tijdens de COVID-19 pandemie: een gerandomiseerde gecontroleerde studie
Lyanne Reitsma
Universiteit Utrecht
Kernwoorden
Verstoorde rouw;posttraumatische stress;depressie;online behandeling;COVID-19
Inhoud van de lezing
Achtergrond
Het overlijden van een dierbare tijdens de coronacrisis kan worden beschouwd als een potentieel traumatisch verlies waardoor de kans op het vastlopen in het rouwproces groter is.
Doel
In deze gerandomiseerde gecontroleerde studie zijn de korte-termijn effecten onderzocht van een onbegeleide online rouw-specifieke cognitieve gedragstherapie (CGT) (vergeleken met een wachtgroep) in het verminderen persisterende complexe rouwstoornis (PCRS), posttraumatische stressstoornis (PTSS) en depressie symptomen voor volwassenen die (een) dierbare(n) zijn verloren tijdens de pandemie.
Methode
Vijfenzestig Nederlandse volwassenen die ten minste 3 maanden geleden een dierbare zijn verloren en verhoogde PCRS, PTSS en/ of depressieklachten vertoonden, zijn gerandomiseerd in een interventiegroep (n = 32) of wachtgroep (n = 33). Voor het vaststellen van PCRS, PTSS en depressieklachten werden telefonische interviews afgenomen (gemeten met respectievelijk de Traumatic Grief Inventory-Clinician Administered, PTSD Checklist for DSM-5, en Patient Health Questionnaire-9) voorafgaand aan de behandeling/wachtperiode en na de behandeling/wachtperiode. Deelnemers hebben een 8-weekse online CGT doorlopen, bestaande uit exposure, cognitieve herstructurering en gedragsactivatie. Analyses of Covariance zijn uitgevoerd.
Resultaten
Intention-to-treat analyses toonden aan dat de interventiegroep significant lagere PCRS (d = 0.90), PTSS (d = 0.71), en depressie (d = 0.57) symptomen lieten zien na de behandeling vergeleken met de wachtgroep na wachtperiode, rekening houdend met baseline symptomen en het gelijktijdig gebruik maken van professionele psychologische co-interventie(s).
Discussie
De resultaten suggereren dat de onbegeleide online CGT effectief is in het verminderen van PCRS, PTSS en depressieklachten voor mensen die een dierbare zijn verloren tijdens de COVID-19 pandemie. Na replicatie van deze bevindingen kunnen online interventies op grotere schaal worden toegepast bij mensen die recent een dierbare zijn verloren en vastlopen in het rouwproces.
Referenties en literatuur
Reitsma, L., Boelen, P. A., de Keijser, J., Lenferink, L. I. M. (2021). Online treatment of persistent complex bereavement disorder, posttraumatic stress disorder, and depression symptoms in people who lost loved ones during the COVID-19 pandemic: Study protocol for a randomized controlled trial and a controlled trial. European Journal of Psychotraumatology, 12(1), 1987687. https://doi.org/10.1080/20008198.2021.1987687
Reitsma, L., Boelen, P. A., de Keijser, J., & Lenferink, L. I. M. (preprint). Unguided online treatment of disturbed grief, posttraumatic stress, and depression in adults bereaved during the COVID-19 pandemic: a randomized controlled trial. https://doi.org/10.31234/osf.io/8xb5h
Auteurs
