I want it all...! But should we...? Welzijn van de zorgverlener onder druk.

Dr. Anneloes van den Broek
GGz Breburg

 

nummer

79

Opgenomen in sessies

Donderdag, 11.30 uur, Zaal 65

Kernwoorden

veerkracht, zorgprofessionals, polarisatie, COVID19, duurzaamheid

Tags doelgroep

Volwassenen

Tags thematiek en problematiek

Overig

Tags streams

Overig

Beknopte samenvatting van het symposium

“I want it all”, refeert naar één van de meest bekende songs van Queen:

It ain`t much I`m asking, if you want the truth, Here`s to the future, Hear the cry of youth (hear the cry of youth), I want it all, I want it all, I want it all and I want it now.

In de huidige maakbare wereld verwacht de cliënt dat alles kan en wel nu! Zorgprofessionals worden met een toenemende zorgvraag geconfronteerd en willen daar aan tegemoetkomen. GGz Breburg en GGz WNB laten in dit symposium samen zien wat er van zorgprofessionals gevraagd wordt qua mentale veerkracht in de dagelijkse praktijk en doen handreikingen hoe je hoe je als zorgprofessional in dat krachtenveld op de been blijft. In het symposium zal een systematic review gepresenteerd worden naar de mentale gezondheid van zorgprofessionals voor en tijdens de coronapandemie en de impact die dit heeft op duurzame inzetbaarheid. En hoe verhoudt zich sociale steun tot secundaire traumatisering en emotionele uitputting? Tevens worden de resultaten weergegeven van een survey onder ruim 1300 GGZ-zorgprofessionals tijdens de coronapandemie. Deze zorgprofessionals ervaarden een toename van mentale klachten, zagen de balans tussen werk/privé doorslaan naar werk en rapporteerden over hoe zij ten gevolge van de coronapandemie hun werk verder zouden willen inrichten. Tot slot willen we aandacht besteden aan polarisering in de maatschappij en de effecten hiervan in de behandelkamer, hetgeen ook specifieke competenties vereist! Het komt allemaal aan de orde!

Vanuit de literatuur worden verschillende handvaten gegeven waardoor men meer vanuit veerkracht met de toenemende (werk)druk om kan gaan. Vroegtijdige aandacht in reguliere opleidingen voor mentale werkbelasting en de werk/privé balans en prioriteiten stellen, zijn voorwaarden voor duurzame inzetbaarheid van zorgprofessionals. Organisaties zullen daarnaast moeten investeren om de zorg te mobiliseren bij een afnemende personeelscapaciteit. Het is bijvoorbeeld belangrijk om zorgprofessionals te ontlasten van administratieve- en regeldruk en om jonge professionals te interesseren voor het vak. Dit kan gecombineerd worden! Daarover gaat de presentatie betreffende SOS-ers (Studenten Ondersteunen Specialisten). Kortom "Under Pressure" ontstaan nieuwe mogelijkheden als we onze veerkracht optimaliseren!

Tags flow

Maatschappelijke en beroepsspecifieke factoren die druk leggen op de (jeugd) GGZ
De therapeut onder druk
Gevolgen van langdurige/chronische stress/druk op lichaam en geest
Verminderen van- of leren omgaan met (zelfopgelegde) druk/stress
Goede kanten van druk

Auteurs

Anneloes van den Broek

GGz Breburg
Klinisch psycholoog, P-opleider

Goede mentale gezondheid voor zorgmedewerkers cruciaal voor duurzame inzetbaarheid! “Lessons learned” van de coronapandemie

Dr. Anneloes van den Broek
GGz Breburg

 

Kernwoorden

Coronapandemie, zorgmedewerkers, veerkracht, duurzame inzetbaarheid

Inhoud van de lezing

Introductie

Duurzame inzetbaarheid onder zorgmedewerkers is een belangrijke troef voor zorginstellingen. De duurzame inzetbaarheid staat echter onder druk door ontwikkelingen als hoge werkdruk, tekort aan medewerkers, vergrijzing en ziekteverzuim onder medewerkers op basis van onder andere psychische problemen. Deze ontwikkelingen waren al begonnen voor de COVID-19-pandemie en namen een vlucht tijdens de pandemie. Deze studie had tot doel om te onderzoeken of er een modererend effect is van de COVID-19 pandemie op het mentale welzijn van zorgmedewerkers in het kader van duurzame inzetbaarheid1.

Methode

Een dubbelblind systematische review (conform Prisma richtlijnen) vormde de basis van dit onderzoek naar prevalentie en type mentale gezondheidsproblemen onder zorgprofessionals voor en tijdens de COVID-19 pandemie en het effect op duurzame inzetbaarheid.

Resultaten

De analyse van de geselecteerde literatuur leidde tot het inzicht dat mentale problemen bij zorgmedewerkers al overvloedig aanwezig waren vóór de COVID-19-pandemie en zijn toegenomen in prevalentie, ernst en variatie. Bovendien is er over het algemeen een negatieve relatie tussen (mentale) gezondheid en duurzame inzetbaarheid. Verzuimcijfers groeiden en perspectief werk wijzigde. Aangezien de institutionele context sterke effecten heeft op het mentaal welbevinden van zorgmedewerkers is de houding van de werkgever ten aanzien van mentaal welbevinden van cruciaal belang. Wanneer overheid en zorginstellingen verantwoordelijkheid nemen voor de bescherming van hun medewerkers ten aanzien van hun geestelijke gezondheid creëert dit een goede basis  voor wederzijds vertrouwen en loyaliteit aan de werkgever2.

Conclusie/en Klinische implicaties

Uit de analyse bleek dat psychische problemen veel impact hebben op de duurzame inzetbaarheid van zorgmedewerkers: het ziekteverzuim is toegenomen en het perspectief op werk is veranderd. De pandemische golven veroorzaakt door COVID-19 hadden een direct negatief effect op het mentale welzijn en indirect op duurzame inzetbaarheid. De veerkracht van een organisatie wordt grotendeels bepaald door de veerkracht van haar personeel. Dat betekent dat zorginstellingen hun verantwoordelijkheid moeten nemen om hun medewerkers te beschermen en weerbaar te maken wat betreft pandemieën3. Het is hoogste tijd om het mentale welzijn van zorgmedewerkers te prioriteren om afname van de zorgcapaciteit en daaruit voortvloeiende vicieuze cirkel te voorkomen4. Inzet op preventie en structurele aandacht voor mentale zelfzorg in opleiding en werkomstandigheden zijn essentiële randvoorwaarden.

 

Referenties en literatuur

1 Van den Broek, A., Van Hoorn, L., Tooten, Y., De Vroege, L., (2022). The moderating effect of the COVID-19 pandemic on the mental well-being of health care workers on sustainable employability: a systematic review. In Press. 

2 Fleuren, B. P. I., & Poesen, L. T. (2021). We're Not Gonna Fall: Depressive Complaints, Personal Resilience, Team Social Climate, and Worries about Infections among Hospital Workers during a Pandemic. International Journal of Environmental Research and Public Health, 18(9), [4701].

3 Chan, A. O., & Huak, C. Y. (2004). Psychological impact of the 2003 severe acute respiratory syndrome outbreak on health care workers in a medium size regional general hospital in Singapore. Occupational Medicine (Lond), 54(3).

4 Van den Broek, A., Van Dam, A., Bongers, I., Stikkelbroek, Y., Bachrach, N., De Vroege, L., (2022). Alarmerend beeld onder personeel ggz; uitputting, angst- en somberheidsklachten met mogelijk vertrek uit de ggz als gevolg. Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen, In Press.

Auteurs

Anneloes van den Broek

GGz Breburg
Klinisch psycholoog, P-opleider

Secundaire traumatisering en emotionele uitputting bij GGZ-professionals: de mediërende rol van sociale steun

MSc. Davy Brugman
GGZ WNB

 

Kernwoorden

secundaire traumatisering, uitputting, sociale steun

Inhoud van de lezing

Introductie: Burn-out is een psychologisch syndroom dat opkomt als een reactie op langdurige interpersoonlijke stress op het werk. Burn-out wordt gezien als een driedimensionaal syndroom bestaande uit emotionele uitputting, depersonalisatie en een verminderd gevoel van persoonlijke bekwaamheid en is wereldwijd een groot probleem. Ook bij -medewerkers in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) komt burn-out veel voor; er is vooral veel sprake van emotionele uitputting. Een factor die invloed heeft op emotionele uitputting is secundaire traumatisering (STS); het indirect blootgesteld worden aan traumatische ervaringen. Een beschermende factor voor emotionele uitputting en STS is sociale steun. In deze studie wordt onderzocht of sociale steun de relatie tussen STS en emotionele uitputting medieert. Daarnaast lijken er verschillen te bestaan tussen de verschillende beroepsgroepen binnen de GGZ-professionals wat betreft het zoeken van hulp bij oplopende stress. In deze studie wordt tevens onderzocht of er een moderatie-effect is van beroepsgroep op de relatie tussen STS en sociale steun.

Methode: Er is een cross-sectionele studie uitgevoerd onder GGZ-professionals van twee grote instellingen in het zuiden van Nederland. In totaal hebben 593 GGZ-professionals deelgenomen aan de studie. Deelnemers hebben een online vragenlijst naar emotionele uitputting, STS en verschillende facetten van sociale steun (de ervaren sociale steun, de neiging steun te zoeken, de kwaliteit van sociale steun en de kwantiteit van sociale steun) Ingevuld.

Resultaten: Uit de resultaten komt naar voren dat 24% van de participanten verhoogd scoort op emotionele uitputting. Verder worden er significante correlaties gevonden tussen emotionele uitputting en secundaire traumatisering, emotionele uitputting en sociale steun en tussen secundaire traumatisering en sociale steun. Er wordt een mediatie-effect gevonden van sociale steun op de relatie tussen secundaire traumatisering en emotionele uitputting. Er wordt geen moderatie-effect gevonden  van beroepsgroep op de relatie tussen secundaire traumatisering en sociale steun.

Discussie: De prevalentie van emotionele uitputting is vergelijkbaar met andere studies naar burn-out en emotionele uitputting. In deze studie wordt gevonden dat sociale steun de relatie tussen secundaire traumatisering en emotionele uitputting medieert. Dit betekent dat mensen die meer last hebben van sociale steun minder geneigd zijn om steun te zoeken, waardoor ze meer last krijgen van emotionele uitputting. Het is daarom van groot belang om aandacht te hebben voor medewerkers die onder druk staan, daar zij zelf minder geneigd zijn steun te zoeken en de steun die zij ontvangen als minder steunend ervaren. Er worden geen verschillen gevonden tussen de verschillende beroepsgroepen binnen de GGZ. Dit betekent dat een dergelijke interventie breed kan worden ingezet onder GGZ-professionals.

Referenties en literatuur

1. Brugman, D., Van Dam, A., Van Loon, L.,  en Van den Broek, A., (2022). Secundaire traumatisering en emotionele uitputting bij GGZ-professionals: de mediërende rol van sociale steun. In Press.

Auteurs

Davy Brugman

GGZ WNB
GZ-psycholoog in opleiding tot Klinisch psycholoog

Vergeet jezelf niet als je voor een ander zorgt!

Dr. Lars de Vroege
GGz Breburg

 

Kernwoorden

COVID-19, preventie, mentale klachten, zelfzorg

Inhoud van de lezing

Introductie

De COVID-pandemie heeft ervoor gezorgd dat er sprake was van een continue druk op zorgprofessionals, in eerste instantie in de somatische zorg maar daarna ook zeker in de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Vanuit onderzoek onder professionals in de somatische setting weten we dat daar veel mentale klachten aanwezig waren ten tijde van de pandemie1,2.

 

Methode

Middels een online survey is in kaart gebracht hoe 1300 zorgprofessionals binnen verschillende ggz-instellingen de gevolgen van de COVID-pandemie ervaarden.

 

Resultaten

In de ggz maakten de maatregelen dat de balans werk/privé meer naar werk doorsloeg en ongeveer 50% van de 1300 ondervraagde zorgprofessionals ervaarde verhoogde levels van stress door de pandemie. Daarnaast gaf men echter ook aan dat zij de balans wel weer konden herstellen maar anderzijds heeft de pandemie wel gemaakt dat men het werk anders in wilden gaan richten. Hierbij werd genoemd dat men overwoog minder uren te gaan werken, het werk anders in te willen delen maar ook te overwegen om volledig te stoppen met werken in de zorg3.

 

Conclusie/en Klinische implicaties

Dat signaal is zorgelijk. De ggz-sector heeft te maken, ook voor de pandemie, met hoge werkdruk/last, veel mentale klachten en een personeelskrapte. De COVID-pandemie heeft deze problemen geen goed gedaan; doordat veel cliënten met blijvende mentale klachten door de effecten van de pandemie of door besmetting met COVID-19 na het doorlopen van het somatische traject nu bij de ggz aankomen wordt de druk op deze sector nog hoger en wordt er een groter beroep gedaan op de ggz. De eerder benoemde hoge werkdruk, tekort aan personeel en veelheid ervaren mentale klachten maakt dat de noodzaak om goed voor onszelf én elkaar te zorgen op de werkvloer erg belangrijk is. Vanuit diverse instellingen zijn adviezen geformuleerd ter preventie van uitval, omgaan met eigen mentale problematiek op de werkvloer en het bespreekbaar maken van mentale klachten bij collega’s4,5. Tijdens het symposium zullen deze handvaten besproken worden en gekeken worden hoe de support van zorgprofessionals in de ggz gewaarborgd kan worden

Referenties en literatuur

1.  Wang, C., et al. (2020). Immediate Psychological Responses and Associated Factors during the Initial Stage of the 2019 Coronavirus Disease (COVID-19) Epidemic among the General Population in China. Int J Res Public Health, 17:1729.

2. Sandesh, R.,  et al. (2020). Impact of COVID-19 on the Mental Health of Healthcare Professionals in Pakistan. Cureus, 12:e8974.

3.  De Vroege, L., & van den Broek, A. (2022). Substantial impact of COVID-19 on self-reported mental health of healthcare professionals in the Netherlands. Frontiers in Public Health, 9, 796591

4. Shanafelt T, Ripp J, & Trockel M. (2020). Understanding and addressing sources of anxiety among health care professionals during the COVID-19 pandemic. JAMA, 323:2133–4

5. Trimbos instituut. Voorkómen van mentale klachten bij zorgmedewerkers. Geraadpleegd via https://www.trimbos.nl/aanbod/webwinkel/af1880-voorkomen-van-mentale-klachten-bij-zorgmedewerkers/

Auteurs

Lars de Vroege

GGz Breburg
GZ-psycholoog in opleiding tot Klinisch psycholoog

Studentondersteuners in de ggz: Ontlasten én ontwikkelen

MSc. Francisco Steenbakkers
GGz Breburg

 

Kernwoorden

Administratieve last, psychologiestudenten, werkplezier, opleiden

Inhoud van de lezing

Introductie:

Als gevolg van de oplopende administratieve last en werkdruk, wordt het werkplezier bedreigd. Zorgprofessionals in de ggz geven inmiddels aan tot 40% tijd kwijt te zijn aan administratie, waar zij 20% acceptabel zouden vinden. Dit leidt er mede toe dat zorgprofessionals de instelling of zelfs het zorgdomein verlaten. Dit vergroot het reeds bestaande tekort aan behandelaren in de ggz, welke moeizaam aangevuld lijkt te worden door werving en opleiding alleen. De belasting voor de achtergebleven specialisten neemt hierdoor enkel toe, waardoor deze cirkel wordt versterkt. Een bijkomend gevolg hiervan is meer verzuim door demoralisatie en uitputting. Burn-out klachten liggen hierdoor op de loer. De specialisten die de organisatie verlaten, in combinatie met verminderd werkplezier en meer verzuim, maken dat de druk op de zorg in zijn geheel voor zowel de zorgprofessionals als de cliënt (langere wachtlijst) in stand worden gehouden en zelfs toeneemt. Bovenal lijdt uiteindelijk de zorg voor de cliënt hieronder.

Methode:

Pilotstudie van 6 maanden met 12 studentondersteuners (SOS’ers) en 12 behandelteams bij GGz Breburg. De cliënttevredenheid over de behandelrelatie (SRS) werd gemeten. Bij de behandelaren en studenten werd de ervaren administratieve last, werkdruk, werkplezier en waardering door werkgever gemeten. Ook werden uitkomstmaten voor achterstallige administratie gemeten. 

Resultaten:

De inzet van studentondersteuners voor specialisten had een positief effect op de ervaren werkdruk, het werkplezier, de achterstallige administratie, een betere directe-indirecte tijd verhouding en de cliënttevredenheid. Daarmee lijkt het succesvol bij te dragen aan het gestelde doel om behandelaren meer ruimte te geven om te doen wat zij graag doen; Namelijk het behandelen. Ook de cliënt merkt verbetering, wat uitgedrukt wordt in de beter beoordeelde behandelrelatie met de behandelaren.

Discussie en Conclusie:

De pilot geeft aanwijzingen dat de inzet van SOS’ers een win-win-win situatie kan zijn voor zowel cliënt, behandelaar en student en geeft aanleiding om te onderzoeken of de verdere implementatie en doorontwikkeling de resultaten ook op lange termijn kan bevestigen. De huidige pilot geeft ook een aantal aanwijzingen voor een vervolg. De ervaren administratieve last is, tegen de verwachting in, niet omlaaggegaan. Een logische verklaring is dat in dit project er nog volop gezocht werd naar taken die wel en niet overgenomen konden worden door de SOS’ers. Waarschijnlijk als het takenpakket verder uitkristalliseert, wordt ook helder welke winst er op dit gebied te behalen valt. Een andere verklaring is dat behandelaren de druk vanuit hun verantwoordelijkheid gelijkstellen aan de ervaren administratieve last. Ook bij de studenten werden relevante ontwikkelpunten opgehaald. Zo werd na verloop van tijd helder dat eenzijdigheid in het takenpakket, of juist onvoldoende benut worden als SOS’er een bedreiging zijn voor het plezier van de SOS. Dit lijkt ook zijn weerslag te hebben op de ambitie om bij de organisatie te willen werken. Juist deze jonge mensen willen we al vroeg aantrekken en binden

Referenties en literatuur

1. Bekker, M.H.J. 2018. De krakende GGZ. De psycholoog. https://www.tijdschriftdepsycholoog.nl/de-krakende-ggz/

2. Bouma, Lisa-Milou & Schmit Jongbloed, L. (GGZ Rivierduinen) 2019. Pilot Medical Scribes.

3. Reinink, M. 2019. Extra handjes – Medical scribe. Arts en auto. https://www.artsenauto.nl/extra-handjes-medical-scribe/

4. Steenbakkers, F. & Van den Broek, A. (2021). Studentondersteuners voor specialisten. GZ - Psychologie 13, 26–29.

5. Steenbakkers, F. & Van den Broek, A. (2021). Studentondersteuners in de ggz: Ontlasten én ontwikkelen. GGz Breburg. ISBN 9789464373486.

Auteurs

Francisco Steenbakkers

GGz Breburg
Psychotherapeut in opleiding tot Klinisch psycholoog

De maatschappij komt de spreekkamer binnen. Aandacht voor complot denken en anti-overheidssentimenten in de GGZ

Professor Dr. Arno van Dam
GGZ WNB

 

Kernwoorden

complotdenken, anti-overheidssentimenten, therapeutische relatie, GGZ

Inhoud van de lezing

Introductie

In de loop van de pandemie blijkt dat relatief veel mensen in enige mate geloven in zogenoemde complottheorieën. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ook binnen de ggz relatief veel cliënten zijn die met wantrouwen en soms ook vijandige gevoelens ten opzichte van de overheid staan. Veel cliënten hebben behoefte om hun frustratie over de coronamaatregelen met de behandelaar te bespreken. Deze vormen immers een belangrijke aanleiding voor hun agitatie of somberheid. Doordat in de samenleving verschillende overtuigingen tegenover elkaar staan wat betreft vertrouwen in de overheid, vaccins en de aard van het coronavirus, komt het nogal eens voor dat cliënten ook willen weten welke mening hun behandelaar in deze discussie heeft en of deze bijvoorbeeld gevaccineerd is. Het kan een dilemma zijn hoe met deze vragen om te gaan omdat een verschil in opvattingen de therapeutische relatie negatief kan beïnvloeden.

Materiaal en methode:

Literatuuronderzoek naar het hanteren van maatschappelijke tegenstellingen en radicalisering in de therapeutische relatie

Resultaten:

De GGZ heeft tot nu toe weinig beleid en interventies ontwikkeld ten aanzien van polarisatie, anti-overheidssentimenten en complotdenken. Er zijn echter wel mogelijkheden om hier het handelingsvermogen van behandelaren te vergroten door meer kennis over diagnostiek, risicotaxatie en specifieke gesprekstechnieken, zoals de LEAP methode van Amador.

Discussie

De buitenwereld is altijd al latent aanwezig geweest in de behandelkamers in de ggz. Door de polarisatie in de samenleving van de afgelopen jaren is deze veel nadrukkelijk de behandelkamer binnengekomen. Dit vraagt om meer kennis en vaardigheden van behandelaren. Het is van belang dat er geïnvesteerd wordt in nascholing en ondersteuning van ggz-medewerkers ten behoeve van cliënten, maatschappelijke veiligheid en de gezondheid van de ggz-medewerkers zelf.

Klinische implicaties

Met behulp van de LEAP gesprekstechniek kan voorkomen worden dat behandelaar en client tegenover elkaar komen te staan ten aanzien van een maatschappelijk thema en kan er gezocht worden naar gemeenschappelijke gronden voor een therapeutische werkrelatie en behandeldoelen.

Referenties en literatuur

Amador, X. F. (2012). I am not sick, I don’t need help!: How to help someone with mental illness accept treatment (4th ed.). New York, NY: Vida Press.

Dam, A. van, Si Amer, L., De Vroege, L. & van den Broek, A. (2022). De maatschappij komt de spreekkamer binnen, aandacht voor complotdenken en anti-overheidssentimenten in de GGZ, De Psycholoog, 57(6), 22-27.

Steinmetz, C.H. (2021). Tackling radicalization and terrorism in Dutch mental health institutions: Outcomes of a Dutch population survey. Terrorism, Violent Radicalisation, and Mental Health, 229.

Veling, W., Sizoo, B., van Buuren, G. M., Berg, C., Sewbalak, W., Pijnenborg, G. H. M., ... & Meer, L. (2021). Zijn complotdenkers psychotisch? Een vergelijking tussen complottheorieën en paranoïde wanen. Tijdschrift voor Psychiatrie, 63(11), 1-7.

Auteurs

Arno van Dam

GGZ WNB
Klinisch psycholoog & Bijzonder hoogleraar Antisociaal gedrag, psychiatrie en maatschappij